Geschiedenis
De geschiedenis van Leiden gaat ver terug; al ver voor onze jaartelling woonden mensen aan de oevers van de Rijn. Omstreeks 1200 had de nederzetting zich zodanig ontwikkeld dat de graaf van Holland de inwoners stadsrechten gaf; de stad Leiden was geboren. Aan het eind van de vijftiende eeuw was Leiden de grootste stad van het graafschap Holland. Dit was voor een groot deel te danken aan de internationale lakenindustrie. De voorspoed die Leiden in die tijd doormaakte, weerspiegelt zich in bouwwerken als de Hooglandse Kerk en de Pieterskerk.
Leidens Ontzet
Vanaf de zestiende eeuw keerde het economisch tij. Het was de tijd van de Hervorming en protestantse stromingen werden fel vervolgd. Leiden sloot zich in 1572 aan bij de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing en werd door de Spanjaarden belegerd. De inwoners vielen ten prooi aan ziekte en honger en bijna was Leiden in handen gevallen van de Spanjaarden, maar op 3 oktober 1574 vluchtten de Spaanse troepen en trokken de troepen van Willem van Oranje Leiden binnen. Zij deelden voedsel uit: een half brood met kaas en haring voor iedere inwoner. Deze bevrijding, Leidens Ontzet, wordt tot op de dag van vandaag gevierd met een gigantisch volksfeest. Als dank voor het heldhaftige verzet dat de stad tijdens het beleg bood, stichtte Willem van Oranje op 8 februari 1575 de Universiteit Leiden.
De Leidse sleutels
Leiden is de Sleutelstad. Overal in de stad duiken de sleutels weer op. Dat is al zo sinds 1293, toen op de officiële documenten van de ‘stadt Leyde’ steeds vaker een stadszegel sierde met Petrus daarop. In zijn hand draagt de apostel een sleutel. De combinatie tussen Petrus en een sleutel is een bekende. Hij gaat terug op een Bijbeltekst (Mattheüs 16 vers 19) waarin Jezus tegen Petrus zegt: “Ik zal u geven de sleutels van het koninkrijk der hemelen.” Al in 1121 lieten de graven van Holland een kapel bouwen die gewijd was aan Petrus en Paulus, de huidige Pieterskerk.
Rembrandt van Rijn
Rembrandt van Rijn werd op 15 juli 1606 geboren in de Weddesteeg in Leiden en woonde er de eerste 26 jaar van zijn leven. Dat waren belangrijke jaren. Hij leerde op de Latijnse school de klassieken en besloot vervolgens schilder te worden. Eenmaal volleerd vestigde hij zich in Leiden als zelfstandig schilder. In zijn Leidse atelier is menig meesterwerk ontstaan. In Museum De Lakenhal hangt een schilderij uit de Leidse periode van de schilder.

